Vacatures

Monumenten | Verbouw pakhuis, Kleine Gelkingestraat Groningen

 
 

 

monumenten Verbouw Pakhuis Kleine Gelkingestraat, Groningen
jaar 2006
ontwerp pdb design
aannemer opdrachtgever
Directie Bouwmanagement Groningen
fase gerealiseerd
programma 300m² kantoorruimte en woonruimte
discipline ontwerp, bouwkundig uitwerking, advies, tekenwerk, monumentenvergunning, bouwvoorbereiding, bouwbegeleiding

// Verbouw Pakhuis Kleine Gelkingestraat, Groningen

Rijksmonument. Historie. Onze historie. In dit schitterende pakhuis uit 1640, gebouwd op een plek dat al veel eerder bebouwd was, bevindt zich tevens het kantoor van pdb|design. Ver voordat we het zo mooi konden renoveren als het er nu bij staat, werden er al vlak na de eeuwwisseling bouwplannen ontwikkeld. Wat begon op zolder, heeft zich nu over vrijwel het hele pand uitgebreid.

In 2002-2003 is eerst de bovenwoning gerenoveerd en werd de zolder als woonruimte ingericht. (zie foto`s) In 2006 heeft een grote renovatie plaatsgevonden, en hebben we het voormalige café omgebouwd tot kantoor. De dansvloer lieten we liggen, op deze dansvloer trad Herman Brood geregeld op, we hebben de foto`s nog. Het exterieur is geheel gerenoveerd en opnieuw gepleisterd en crèmekleurig geschilderd. Deze metamorfose heeft het pand veel meer uitstraling gegeven.

Bouwgeschiedenis
Op de kaart van Haubois uit circa 1634 vinden we op de betreffende locatie een evenwijdig aan de Burchtstraat geplaatst pand met zadeldak dat een voorloper moet zijn geweest van het huidige pand. Het huidige pand is gebouwd als pakhuis in de 17de eeuw na circa 1640, zoals geconcludeerd kan worden uit het metselwerk in de voorgevel (vijflagenmaat 37½ cm, gemeten op zolder bij het raam) en de borstwering van de westgevel (26½-27 cm x 12-13 cm x 5½-6 cm, vijflagenmaat 36 cm). Een aantal karakteristieken herinnert nog aan de oorspronkelijke functie van pakhuis, waaronder de geringe verdiepingshoogte en de dichtgezette luikopeningen op de verdieping. In de late 18de eeuw is de kap vernieuwd en werd er een hijsrad geplaatst. In de 19de eeuw heeft een gedeeltelijke herbestemming tot woonhuis plaatsgevonden, waartoe de huidige vensters in de westelijke zijgevel werden geplaatst. Het pand werd toen in tweeën gesplitst, hetgeen gebeurde vóór 1828 (kadastrale minuut). In 1968 werd de begane grond, waar een bandenhandel was gevestigd, van werkplaats verbouwd tot horecagelegenheid (bar "taboe"). De pui werd vernieuwd en er kwam een toilettengroep en bierruimte tegen de noordgevel naast het kantoortje in de noordwesthoek, dat een bergfunctie kreeg. Ook werd er een bar geplaatst. In 1976 werden de sporen en hanenbalken in de kap vervangen evenals de dakpannen. In 1989 werd een vergunning verstrekt voor een herindeling van de inrichting en enige aanpassingen aan de voor- en zijgevel. De Gemeente Groningen constateerde in 1990 illegale verbouwactiviteiten in het pand. Later werd alsnog een vergunning aangevraagd en verleend voor het aanbrengen van een nieuwe toilettengroep en een barinrichting. Daarnaast mochten enkele vensters hersteld worden.

Beschrijving
De voorgevel aan de Burchtstraat is een topgevel, die oorspronkelijk in schoon werk was uitgevoerd. De hele gevel is tegenwoordig bepleisterd, hetgeen gebeurd is na 1970. De voorgevel is asymmetrisch van opzet. De luiken zijn niet recht onder het trijshuisje geplaatst. Dit suggereert een uitbreiding van het pand in westelijke richting. Nader onderzoek van met name het metselwerk zal moeten uitwijzen of deze hypothese juist is. De huidige pui stamt in zijn essentie uit 1968, toen het pand van bandenhandel horecagelegenheid werd. Deze pui beslaat ongeveer vier zevende van de begane grond. De deur wordt geflankeerd door vensters met roede verdeling. Aan de westzijde is vanaf de verdieping een gedeeltelijk uitspringend rookkanaal geplaatst. Ten oosten van dit rookkanaal is ter hoogte van de verdieping en zolder een hijsluik geplaatst. Links en rechts van deze hijsluiken zijn kleine halfronde vensters geplaatst (totaal vier). Bovenin de nok is een trijshuisje gesitueerd. De ankers van balklagen, wurmten en muurplaten zijn goed waarneembaar.

Aan de westelijke zijgevel is nog duidelijk te zien dat het pand in de 19de eeuw (vóór 1828) is verdeeld in twee woningen. Het zuidelijke gedeelte van de gevel heeft een eenvoudige goot zonder lijst en is ruw gepleisterd . De ankers in dit gedeelte van de gevel zijn duidelijk zichtbaar. Op de begane grond bevinden zich van zuid naar noord drie 12 ruits schuifvensters en een paneeldeur met dichtgezet bovenlicht. Op de verdieping zijn achtereenvolgens twee enkele en één dubbel 12 ruits schuifvenstergeplaatst.

De noordelijke helft van de westelijke zijgevel heeft een sober versierde gootlijst zonder consoles en is bepleisterd in natuursteen motief (blokken). Van zuid naar noord bevinden zich op de begane grond achtereenvolgens een 6 ruits schuifvenster, de paneeldeur van de opgang naar de verdieping, en twee dichtgezette vensters. Op de verdieping waren aanvankelijk vier 6 ruits schuifvensters geplaatst, maar bij het venster dat zich boven de deur bevindt heeft het schuifgedeelte tegenwoordig matglas zonder roeden verdeling.

De indeling van de verdieping is van recente datum (grote voorruimte, tussenwand met opening tegen oostgevel, en in het achtergedeelte een kamer, keuken, gangetje met opgang naar de zolder en een toiletruimte). Voor de 19de eeuw was de verdieping een grote ruimte met pakfunctie. De verdieping heeft een enkelvoudige balklaag met zware balken van diverse grootte. Drie balken zijn gekantrecht, de rest is vierkant of rechthoekig. Twee balken (oostzijde) zijn voorzien van sleutelstukken, waarvan één een 17de eeuws profiel bezit. Vermoedelijk is dit sleutelstuk van elders afkomstig. In de voorruimte van de verdieping, tegen de oostgevel, zijn vanaf de voorgevel een dichtgemetselde deuropening en twee dichtgemetselde vensters waarneembaar. De kap is in de late 18de eeuw vernieuwd. In 1976 zijn de sporen en hanenbalken van deze kap vernieuwd, op de sporenparen tegen de de voor- en achtergevel na, die duidelijk van oudere datum zijn. Van het sporenpaar tegen de achtergevel valt met stelligheid te zeggen dat het niet origineel is. De zolder is verdeeld in vijf travee├źn (zes spanten) met daarnaast nog een halve travee tegen de achtergevel. De hart op hart maat van de spanten varieert (260cm, 236 cm 248cm), corresponderend met de ongelijke afstanden van de balken op de verdieping. De 18de eeuwse onderdelen van de kap hebben gestandaardiseerde maten: korbeel en dekbalk: 18½-19x14 cm, schoren 11½x9½ cm, wurmt 11½x16 cm. De blokkeels zijn van ijzer. De korbeels hebben aan de onderzijde een pen gat verbinding. Het spantbeen is op de dekbalk aangesloten met een tand. Enkele windschoren ontbreken in de kap.

Elke travee is voorzien van een hangbalk (16½x11½ cm) ter ondersteuning van de vlieringvloer. De vlieringvloer is origineel en is gemaakt van grenen met eikenhouten veren. De vloerdelen zijn 21½-30 cm breed en behoorlijk aangetast door houtwurm. Op de vliering bevindt zich tegen de voorgevel een hijsrad dat vermoedelijk uit de 18de eeuw dateert. Dit hijsrad was te bedienen vanaf de eerste verdieping, zoals blijkt uit de gaten in de vloer. De as is van grenen, het wiel is van eiken. Het hijsrad is geconstrueerd uit hergebruikt hout. Een gat van een pen gat verbinding in de stijl die de as ondersteunt verwijst nog naar een vorige functie. De as van het hijsrad loopt door een gat in de voorgevel.

In de zuidwesthoek van de zolder bevindt zich een kleine dakkapel. Op de balken in het achterste gedeelte van de zolder zijn restanten van een indeling te vinden (aftimmering, kalkafwerking). De achterste 1½ travee was afgescheiden van de rest van de zolder en had daarnaast een tussenwand. Bij deze tussenwand zijn tussen de balken krantenresten gevonden uit de jaren 1910 en 1920. Wellicht hebben we hier te maken met een meidenkamer. Daarnaast is in dit gedeelte van de zolder een aparte opgang geweest. De huidige opgang van de zolder ligt tegen de westgevel.